エチカ — スピノザ
Ethica You may copy it, give it away or re-use it under the terms of the Project Gutenberg License included with this eBook or online at www.gutenberg.org . If you are not located in the United States, you will have to check the laws of the country where you are located before using this eBook. Title : Ethica Author : Benedictus de Spinoza Editor : Nico van Suchtelen Release date : March 29, 2005 [eBook #15497] Most recently updated: December 14, 2020 Language : Dutch Other information and formats : www.gutenberg.org/ebooks/15497 Credits : Produced by Miranda van de Heijning, Tony Browne and the Online Distributed Proofreading Team. *** START OF DR. NICO VAN SUCHTELEN MET 2 PORTRETTEN ETHICA WERELDBIBLIOTHEEK ONDER LEIDING VAN L. SIMONS. UITGEGEVEN DOOR DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR. AMSTERDAM BENEDICTUS DE SPINOZA ETHICA IN MEETKUNDIGEN TRANT UITEENGEZET VERTAALD, INGELEID EN TOEGELICHT DOOR Jhr. Dr. NICO VAN SUCHTELEN MET 2 PORTRETTEN GEDRUKT TER DRUKKERIJ "DE DEGEL," AMSTERDAM SPINOZA op 33- of 34-jarigen leeftijd (Schilder onbekend) VOORWOORD Baruch, later genaamd Benedictus de Spinoza (de Espinoza) werd den 24sten November 1632 te Amsterdam geboren. Zijn ouders behoorden beiden tot een naar Holland uitgeweken geslacht van Portugeesche Joden. Van zijn zevende jaar af werd hij opgevoed op de Talmoed-Thora-school, waar hij onderwezen werd in de Hebreeuwsche taal, schriftgeleerdheid en filosofie, alsook in het Spaansch; de laatste jaren onder leiding van den bekenden rabbijn Morteira. Zijn buitengewone scherpzinnigheid trok reeds vroeg de aandacht zijner leermeesters en deed hen groote verwachtingen omtrent hem koesteren, maar al spoedig bracht zij hem in botsing met het dogmatisch wetsgeloof. Het conflict werd steeds scherper, en ofschoon men den jongen geleerde herhaaldelijk, zoowel door bedreiging als door beloften (een jaargeld van duizend gulden dat hem werd aangeboden op voorwaarde dat hij zich althans uiterlijk aan de kerk zou onderwerpen, werd door hem van de hand gewezen) voor het Jodendom trachtte te behouden, verwekten zijn kritiek en verzet tenslotte zulk een ergernis dat hij den 27sten Juli 1656 plechtiglijk door den banvloek uit de Joodsche gemeenschap werd gestooten. Een tijd lang was de uitgebannen Jood nu huisgenoot en leerling van den katholieken medicus Dr. Franciscus van den Enden, een hoogst bekwaam man doch berucht vrijgeest, die een gunstig bekende en druk bezochte Latijnsche school bestuurde. Spinoza, die tot dusver slechts de Joodsche wetenschappen beoefend had, werd door hem in het Latijn onderwezen en tevens grondig ingewijd in de filosofie van Descartes en de verschillende natuurwetenschappen. Bij van den Enden, en ook onder de Collegianten (Doopsgezinden) wier vergaderingen hij herhaaldelijk bezocht, ontmoette hij zijn eerste vrienden en aanhangers; voor welken kleinen kring hij tusschen 1658 en 1660 de "Korte Verhandeling van God, de Mensch en deszelfs welstand" schreef, een werk dat als het eerste ontwerp der Ethica is te beschouwen. Het werd door de vrienden als handschrift voorgelezen en besproken (evenals later de brieven van den wijsgeer onder hen circuleerden) en verscheen eerst na zijn dood in druk. In den laatsten tijd van zijn verblijf bij van den Enden, toen hij zijn leermeester bij diens onderwijs behulpzaam was, schreef hij waarschijnlijk ook het onvoltooid gebleven "Tractatus de Intellectus Emendatione" ( Verhandeling over de verbetering des Verstands ) waarin de schoone inleiding over de redenen die hem noopten zijn leven aan de wijsbegeerte te gaan wijden 1 . Het schijnt dat het gestook der teleurgestelde en verbitterde rabbijnen Spinoza aanleiding gaf Amsterdam te verlaten; misschien ook dreef hem behoefte aan minder drukke omgeving: in 1661 althans vestigde hij zich in Rijnsburg. Hier schreef en publiceerde hij (1663) een ten behoeve van een leerling geschreven verhandeling over de beginselen der filosofie van Descartes (Principia philosophiae cartesianae) met een aanhangsel "Cogitata metaphysica" (Metaphysische overdenkingen). In 1663 verhuisde hij naar Voorburg, vandaar trok hij in 1669 naar Den Haag, waar hij tot zijn dood, den 21sten Februari 1677 bleef. [Voetnoot 1: De vertaling dier inleidende beschouwing doe ik aan de Ethica voorafgaan.] Ofschoon Spinoza's leven niet zóó eenzaam en teruggetrokken was als men vroeger meende--hij onderhield omgang, soms zeer drukken omgang, met tal van personen, waaronder verscheidene geleerde en aanzienlijke lieden, die het gezelschap van den diepzinnigen, maar bescheiden en beminnelijken denker gaarne zochten--bleef hij toch zeldzaam onafhankelijk van menschen en omstandigheden. Al was zijn leer volstrekt niet asketisch, in de praktijk stelde hij zich met uiterst weinig tevreden. Zijn karig levensonderhoud verdiende hij met het slijpen van brilleglazen en lenzen, in welk ambacht hij, naar het oordeel van mannen als Christiaan Huygens, een groote bedrevenheid bezat. Een jaargeld, hem door een bewonderaar aangeboden, weigerde hij en eerst toen het hem als legaat werd vermaakt, aanvaardde hij er een klein gedeelte van. Ook een Fransch jaargeld wilde hij niet aannemen. Het professoraat te Heidelberg, hem in 1673 door den keurvorst Karl Ludwig van de Palts aangeboden, sloeg hij af. Alle hebzucht, ijdelheid en eerzucht waren hem vreemd. Maar ook alle valsche bescheidenheid. Als hij zijn vrienden verzocht toch vooral zijn leer niet aan de groote klok te hangen en er in 1675, na een verwoede agitatie der geestelijkheid en der Cartesianen, van afzag de Ethica nog tijdens zijn leven te publiceeren, zoo was het geen bescheidenheid en nog minder vrees die hem daartoe bewogen. Door de publicatie in 1670 van zijn "Tractatus theologico-politicus" (Godgeleerd-staatkundig vertoog), een werk waarvan ieder wist, hoewel het anoniem verscheen, dat hìj de schrijver was en welks onvervaarde bijbelkritiek heel de godgeleerde wereld deed ontstellen en tegen hem in het harnas joeg, had hij getoond waar het n