Ideën — Multatuli
Idee 11 11. Om een voorwerp te teekenen, is 't niet genoeg omtrek, kleur en schaduw van dat voorwerp te kennen, men moet dat alles kunnen weêrgeven. Om eene gedachte uittedrukken, moet die geworden zijn tot beeld , dat is: tot denk beeld. Zoo'n beeld moet men leeren teekenen. —————— Idee 12 12. Gedachten heeft ieder. Bij weinigen worden ze tot denkbeelden. Nog minder zijn er, die vorm en kleur weten weêrtegeven van die beelden. En wie dit doet, hoort gedurig: "juist wat ik dacht" Ja, op omtrek na, op kleur na, op schaduw na. Dat is: op zeer veel na. —————— Idee 13 13. Het is zeer moeielijk zich juist uittedrukken. Wie klaagt over gebrek aan diepte in deze gedachte , is niet gewoon zich toeteleggen op juistheid van uitdrukking. Dit is mijn denkbeeld . —————— Idee 14 14. Onjuistheid van uitdrukking baart strijd. Wie dus strijd wil ontgaan, moet zich toeleggen op juistheid...? Volstrekt niet. Hij zou daardoor zich vrienden maken van wie ter goeder trouw zijn, maar tot vijand ieder die belang heeft bij onjuistheid, d.i. de meerderheid. —————— Idee 15 15. Eene hollandsche moeder keurt de fransche gewoonte af, om kinderen te doen zogen door een gehuurde vrouw. Ik ook vind dat afschuwelijk. Eene hollandsche moeder voelt zich diep ongelukkig als zij door zwakte of krankheid wordt verhinderd om "geheel moeder" te worden, door met zichzelf het kind te voeden, waarvan ze door 't baren "moeder werd voor een deel." Maar vaders zenden hun kinderen naar school. Zoover wetenschap staat boven onkunde; zoover idee staat boven stof; zoover geest staat boven ligchaam... Zóóver staat 'n hollandsche vader beneden de fransche moeder. Van force majeure spreek ik niet. Eene moeder die geen voedzaam zog heeft, is ongelukkig. Eene moeder die voedzaam zog heeft , en haar kind besteelt door dat voedsel terugtedringen in de teleurgestelde klieren, is misdadig. En een vader die 't menschmaken van z'n zoon uitbesteedt tegen zooveel in de maand... wèl, zoo'n vader moest een fransche vrouw getrouwd hebben. —————— Idee 16 16. Als ik 't woord "ziel" noem, doe ik dat bij wijze van spreken. Als ik iets stel tegenover stof, doe ik dat bij wijze van spreken. Als ik zeg: God, doe ik dat bij wijze van spreken. Want ik weet niet wie God is. Ik weet niet wat ziel is. En wat er is buiten stof , weet ik niet. —————— Idee 17 17. Ik weet zeer weinig. En 't smart me zóó, dat ik waarlijk geloof aanspraak te hebben op meer. En daarom wou ik zoo graag onsterfelijk wezen. ― Juist, zeggen zij die onsterfelijkgeleerdheid maakten tot een beroep, juist dat verlangen is een bewijs voor uwe onsterfelijkheid... ― Ei, ik heb vurig verlangd naar véél zaken die toch... ― Misschien waren ze niet goed voor u... ― Dat is zoo. Als ik nu maar zeker was dat de onsterfelijkheid goed voor me wezen zou. Idee 18 18. Eens vooral, het woordjen is gebruik ik tot verkorting van: "zou misschien, als ik me niet bedrieg, en u waarschuwende tegen m'n neiging tot scheefzien, kunnen wezen ." 't Is mijn pligt u dit te zeggen. Maar uw pligt is te zorgen dat ge uw eigen neiging tot scheefzien niet vergeet. Idee 19 19. Wanneer ik heden iets beweer dat me morgen anders toeschijnt, zal ik u dat zeggen vóór overmorgen. Ja, ik zal eene teekening die me onjuist voorkomt, uitwisschen met meer spoed dan ik maakte in 't teekenen. Idee 21 21. Wie veel gedwaald heeft, kan 't best den weg weten. Ik zeg niet dat veel dwalen noodig is om den weg te weten. Noch dat ieder die veel gedwaald heeft, den weg weet. Idee 22 22. ― Ge spreekt veel over uzelf, zeggen velen over wien niet gesproken wordt, noch door henzelf, noch door een ander. ― Gij spreekt veel over uzelf. Dat is tegen den toon van goed gezelschap. ― Zoek beter gezelschap dan 't mijne. Idee 23 23. ― Gij spreekt veel over uzelf. Dat is tegen den toon... ― 'k Weet al. Maar 't is niet tegen den toon der wijsbegeerte. Bij 't "cogito ergo sum" wordt "ikzelf" tweemaal gebruikt in drie woorden. Idee 25 25. ― Gij spreekt veel over uzelf. ― Ja... woudt ge dat ik sprak over u ... over uw kat... over uw hond... over uw ezel?... Wilt ge dàt? Welnu, wees tevreden; ik deed het dikwijls, maar gij wist het niet, omdat ge u verwart met uws buurmans ezel. Maar uw buurman klaagt ook, en zegt dat ik altijd sprak over uwe ezels. Compensatie. De ezels zelf hebben niet geklaagd, die stomme dieren. Idee 27 27. ― Gij spreekt veel over uzelf. ― Ja... ik ben mijn laatste liefde. Ik had lang en veel en vurig bemind voor die liefde geboren werd. Maar nu ze er eenmaal is ... en de laatste!... Idee 28 28. ― Gij spreekt veel over uzelf. ― Ja. Als 't u verveelt... wie belet u mij te verruilen voor 'n Aglaïa? Wie belet u een abonnement te nemen op: het leven, de lotgevallen en de bedrijven van de familie Kappelman, verguld op snee? Idee 5 5. Veel uitstekend goede — of veel uitstekend-slechte — menschen, bij elkaêr en verbonden, stellen zoovele factoren daar, die een énorm product leveren van goed — of slecht. Maar de som van veel middelmatigheden blijft altijd gelijk aan ééne middelmatigheid. —————— Idee 7 7. Het beslissen bij meerderheid van stemmen is 't regt van den sterkste, inderminne. Het beduidt: àls we vochten, zouden wij winnen... laat ons 't vechten overslaan. Dat stelsel leidt dus niet zoozeer tot waarheid, als tot rust. Doch slechts voor 't oogenblik, en palliatief. Want de leden der minderheid hebben meestal 't regt vóór zich, en zijn sterker, niet zoozeer uit besef van dat regt, als door meer geslotenheid en scherper prikkel tot inspanning. Wanneer de minderheid aangroeit tot meerderheid, verliest ze aan specifieke waarde wat ze wint in getal. Ze neemt al de fouten over van de verslagen tegenstanders, die op hun beurt weêr, deugd scheppen uit nederlaag. De slotsom is treurig. —————— Idee 8 8. Het besluiten tot iets groots kan geschieden met kalme vastberadenheid of in geestdrift. Het eerste staat natuurlijk hooger. Dat hoogere nu vindt men zelden, maar nu en dan toch, bij een individu. Bij vergaderingen nooit . Een grootsch besluit van 'n vergaderi